Overslaan naar inhoud
  • Er zijn geen suggesties want het zoekveld is leeg.

Wanneer moet een transactie gemeld worden?

Tijdens transactiemonitoring beoordeel je of transacties afwijken van het verwachte gedrag van de cliënt. Wanneer een transactie ongebruikelijk lijkt, moet je deze onderzoeken en mogelijk melden volgens de Wwft. In dit artikel lees je hoe je bepaalt of een transactie moet worden gemeld en welke stappen daarbij horen.

 

In dit artikel lees je:

  • Hoe transactiemonitoring werkt

  • Wanneer een transactie als ongebruikelijk wordt beschouwd

  • Welke stappen je doorloopt voordat een melding wordt gedaan

 

 

Transactiemonitoring binnen het cliëntenonderzoek

Na het uitvoeren van het cliëntenonderzoek is het belangrijk om transacties van cliënten te blijven monitoren. Door transacties te controleren kun je afwijkend gedrag signaleren dat mogelijk verband houdt met witwassen of terrorismefinanciering.

Bij transactiemonitoring kijk je niet alleen naar individuele transacties, maar ook naar het risicoprofiel van de cliënt. Een transactie die voor de ene cliënt normaal is, kan voor een andere cliënt juist ongebruikelijk zijn.

Het doel van transactiemonitoring is daarom om afwijkingen ten opzichte van het verwachte gedrag van de cliënt te signaleren.

 

 

Wanneer is een transactie ongebruikelijk?

Een transactie kan ongebruikelijk zijn wanneer deze:

  • afwijkt van het normale transactiepatroon van de cliënt

  • niet past bij het vastgestelde risicoprofiel

  • voldoet aan een objectieve indicator volgens de Wwft

  • aanleiding geeft tot een subjectieve indicator (een vermoeden van witwassen of terrorismefinanciering)

Wanneer een transactie ongebruikelijk lijkt, is het belangrijk om eerst opheldering te vragen bij de cliënt en aanvullende informatie te verzamelen.

 

 

Stappen bij een mogelijke ongebruikelijke transactie

Wanneer je een afwijkende transactie constateert, doorloop je de volgende stappen van het Stappenplan Transactiemonitoring & Meldplicht:

  1. Transacties monitoren
    Controleer of de transactie past binnen het normale gedrag van de cliënt.

  2. Afwijkend gedrag signaleren
    Bepaal of de transactie afwijkt van het risicoprofiel of het gebruikelijke patroon.

  3. Opheldering opvragen bij de cliënt
    Vraag aanvullende informatie of documentatie op om de transactie te verklaren.

  4. Transactiegegevens vastleggen
    Leg de details van de transactie en de ontvangen toelichting vast in het dossier.

  5. Interne melding doen
    Meld de transactie volgens de interne procedure, bijvoorbeeld bij een compliance officer.

  6. Beoordelen of een melding nodig is
    Wanneer de transactie ongebruikelijk blijkt te zijn, moet deze worden gemeld bij de FIU.

Tijdens dit proces geldt een belangrijk principe: het tipping-off verbod. Dit betekent dat je de cliënt niet mag informeren wanneer een melding bij de FIU wordt gedaan.

 

 

Conclusie

Transactiemonitoring helpt om afwijkend gedrag van cliënten tijdig te signaleren. Wanneer een transactie ongebruikelijk lijkt, verzamel je eerst aanvullende informatie en leg je de details vast. Blijkt de transactie daadwerkelijk ongebruikelijk te zijn, dan moet deze worden gemeld bij de Financial Intelligence Unit (FIU).